Kristalbos — Jabeekerbos-driehoek

Geplaatst op

De dagboek-items met als titel ‘Kristalbos’ vormen een geheel en zijn onderdeel van een nieuw project. Sinds eind 2017 heb ik mijn onderzoek naar natuur en levensenergie uitgebreid van het Schinveldse Bos, dat me vele jaren inspireerde, naar zes andere bossen in een straal van ± 10 km rond mijn woonplek in Schinveld. Het Kristalbos-verhaal omvat teksten, foto’s, plattegronden en schilderijen. In Kristalbos — Inleiding kan men algemene informatie vinden over dit project.

De ervaring van het sublieme beperkt zich niet tot ongerepte landschappen, maar is overal te ervaren op plekken waar de uitwisseling tussen het geziene en ongeziene meer geconcentreerd, en de levensenergie meer voelbaar is. Je kunt je er aangeraakt voelen, als door een tinteling, een spiralend pulseren of stroming, door een gevoel van zwaarte of lichtheid, of een diepere stilte. Je voelt je er opgenomen en wilt er langer verblijven.

Schets driehoek Jabeekerbos, december 2017
Driehoek Jabeekerbos, tempera op claybord 50x40 cm, dec. 2017

Suestra

Het eerste schilderij dat ik in het kader van het kristalbos-project maak is een plattegrond van het Jabeekerbos met de plekken die me het meeste opvielen, door de bomen, de sfeer, en de levens-energetische kwaliteit.
Voordat ik schilderijen ga maken van een specifieke plek waar ik me toe aangetrokken voel, ga ik steeds weer naar de plek toe. Het Jabeekerbos, een hellingbos op de noordhelling van het Roode Beekdal, leerde ik al in 1996 kennen. Sindsdien zijn er nieuwe paden bijgekomen en oude overwoekerd, zodat ik er in de herfst van 2017 enkele keren met mijn schetsboek terug moest keren voordat ik de plattegrond van het bos kloppend had en ik zicht kreeg op het gehele bos. Daarna ga ik op zoek naar de plekken die samen de vrouwelijke, levens-energetische driehoek vormen.

De Zwarte plek (zie hoekpunt ‘zwart’ van driehoek op plattegrond) vond ik al in 1996. Ik maakte toen al een kring van takken (foto 1) op de rand van de grote (door mensen gemaakte) kuil waarin de Zwarte plek zich bevindt. En op een heuvelkop met een grote kuil en bergje maakte ik een steenhoop. Ik noemde deze plek ‘Suastra-heuvel’ naar de Keltische waternaam ‘Suestra’, en maakte er schilderijen van. ’Nantosuelta’ is the naam van een Keltische godin, die ‘zij van de meanderende rivier’, ‘stroom’ of ‘vallei’ betekent. Maar ze werd afgebeeld als een vuur-godin, die de natuur, de aarde en de vruchtbaarheid vertegenwoordigde.

Kring van takken en stenen op ‘Suestraheuvel 1’, 1996
Genezende plek, 75x75 cm, maart 2000
Suestraheuvel 2, 70x50 cm, 1996

De twee overige hoekpunten van de driehoek vind ik samen met mijn partner Lidy in november 2017. De Rode plek bevindt zich op een heuvelkop binnen de omheining van het wildpark. In de winter staat het elzenbos aan de voet van deze heuvelkop helemaal blank.

Elzenbroekbos aan de voet van de heuvelkop in het wildpark, december 2018

Kuilen in een landschap van de doden

In het hele Jabeekerbos vind ik meer dan dertig kuilen en tien bergjes, steeds op plekken met concentraties van levensenergie (‘krachtplekken’). Een enkele keer betreft het misschien restanten uit WO2 of sporen van oude economische activiteiten (houtskool-meilers, veldovens, vlaskuilen) maar sommige zullen zijn gebruikt voor rituele activiteiten die betrekking hadden op lijkverbranding, vruchtbaarheids- of inwijdingsceremonies). Door archeologen die in deze streek archeologisch onderzoek deden, zoals W. Piepers (Archeologie im Kreis Heinsberg) worden ze helaas niet genoemd. Ergens lees ik over een archeologische opgraving elders: “Mogelijk houden de bronstijd-kuilen verband met de grafheuvels en zijn ze de archeologische restanten van de spirituele activiteiten in het landschap van de doden.”

De relatie tussen de levens-energetische kwaliteiten van deze locaties en kuilen is misschien niet zo vreemd: voor de mens in de prehistorie waren de plekken bij bronnen en oude bomen wat later Christelijke kerken werden. Hier ervoer men de uitwisseling tussen het plaatselijke landschap en onnoembare dimensies. En de meest eenvoudige manier om een plek te onderscheiden van zijn omgeving, zonder de ‘natuurtempel’ al te veel te verstoren, is het graven van een ondiepe kuil. Ik verbaas me steeds weer als ik me aangetrokken voel door een plek en daar dan zowel kuilen aantref als bomen met scherp draaiende takken…

Eik met kuil

Een verrassende verbinding met het verhaal van een plek

Het vinden van een stenen werktuig of een steen die ooit is geschonken aan de genius loci is steeds een verrassende wijze om me te verbinden met het verhaal van een plek.
Het Nederlandse deel van de Roode Beek is in 2017 gerenatureerd en vlakbij het bos is een zijtak aangelegd. Als ik in 2017 met dit project begin vind ik in de modder op de oever van de vernieuwde beekbedding een polijststeen met één gladde (door looistof?) gekleurde zijde, een hamersteen, en naast een kuil op de Suestra-heuvel 2 een vijzelsteen. Verder vind ik op de heuvel bij de Zwarte-plek een maansikkelvormige wrijfsteen. In het Jabeekerbos en Gangelterheide zijn sporen gevonden van twee IJzertijd-nederzettingen, een aan de westkant van wat nu het Freiwildgehege (wildpark) is, en de andere enkele honderden meters noordelijk aan de bosrand van de Gangelterheide. Hier vond ik al eerder fragmenten van slijpstenen, krabbers en scherven.

Twee polijststenen (linksboven; Late Middeleeuwen?