Verticaal landschap 1

Geplaatst op

Een sterk verlangen naar open ruimte voert me in 1977 naar Friesland. Ruimte voor een nieuw begin, voor nieuwe beelden. Voor iemand die opgroeide in het knusse Maastricht een heel andere wereld.

Blauwe ijsplas 1, 95 × 75 cm, 1981

Door het observeren van lichtval op sneeuw en ijs leer ik ruimtelijkheid en transparantie te schilderen, namelijk met gebruik van complementaire kleuren en van fijn gearceerde kleurstreepjes.

Al schilderend ervaar ik hoe de concreetheid van het landschap oplost in een eindeloos ritme van streepjes, als in een kosmisch trillen.

In die periode kan ik gebiologeerd toekijken hoe zeenevels plotseling het landschap leger maken en hoe sneeuw en nevel het besef van grenzen in mij doen vervagen. Ik schilder het glanzen en spiegelen van licht op ijs, maar tevens het spiegelen van het waargenomen beeld in een tweede, verinnerlijkt beeld, het ‘verticale landschap’. De herinnering aan een serene, tijdloze ruimte in mezelf?

Klank, weerklank 1, 190 × 75 cm, 1982 / Sound, resonance 3, 84 × 34 cm, 1982

Het weidse land schilder ik vreemd genoeg niet als een horizontale maar als een verticale ruimte. Nu kijk ik erna als een eerste schuchtere stap om nader te komen tot zowel de aarde als tot de ervaring van haar kosmische hoedanigheid. Alles lijkt dan nog bewegingloos. Pas vele jaren later gaat het stromen in mijn werk…

Dit artikel werd tevens als column gepubliceerd in “Vruchtbare Aarde”, edition 3, 2016, page 32 and 33.