De paradox van een steenzoeker

Geplaatst op

De dagboek-items met als titel ‘Kristalbos’ vormen een geheel. Sinds eind 2017 heb ik mijn onderzoek naar natuur en levensenergie gericht op zeven bossen in een straal van ± 10 km rond mijn woonplaats Schinveld. In Kristalbos — Inleiding kan men algemene informatie vinden over dit project.

Droom golfbaan

29 Juni 2017: Al een paar nachten word ik wakker met dezelfde droom: ik ben op een golfterrein en realiseer me dat mijn materiaal verouderd is, en dat ik nieuw materiaal nodig heb om te golfen. Je moet weten dat ik altijd een enorme weerzin tegen golfbanen had; het aanleggen en onderhouden van zo’n baan gaat immers ten koste van een natuurlijker en rijker ecosysteem. Maar er zit een speels addertje onder het gras van deze droom: golfterreinen staan voor ontspanning, genietend kijken in een parkachtig landschap. En kijken is mijn gereedschap als kunstenaar - ik moét er steeds iets mee doen! Ik vermoed dat de droom me wijst op een van mijn zwakke plekken: het plezier van het kijken zonder er persé iets mee te willen doen. Sindsdien oefen ik een beetje niet-doen, of anders toch wel iets-minder-doen. * (Zie toevoeging 27-11-2020 onderaan.)

Ik heb genoeg stenen en krachtplekken gezocht en gevonden. Ik mag wel weer wat lichter worden. Als ik loop loop ik hier, als ik zit zit ik hier, als ik kijk kijk ik hier, zonder dààr iets te willen zoeken.

21 augustus 2020
Het brongebied van de Rode Beek op de Brunssummerheide tussen de breuklijnen van de Feldbiss is groen gekleurd en de Brandenberg violet

Een verheven plek

10 Oktober 2017: Er loopt een lijn tussen deze droom en de openbare golfbaan ‘Brunssummerheide’. Vandaag loop ik via deze golfbaan onder zonbeschenen herfstbomen naar de Brandenberg, een heuvelkop die zich aan de oostkant boven de golfbaan verheft. Het is lang geleden dat ik over de Brandenberg wandelde en ik merk dat ik met andere ogen kijk. Ik erger me niet meer aan het strak gemaaide gazon, ik geniet van alles wat ik zie zonder er meteen iets in te zoeken. Als ik vanaf de golfbaan de open heide oploop is het alsof ik een heel andere ruimte binnenkom, een verheven plek, letterlijk en figuurlijk verheven boven het omringende landschap.

‘Eiland’, eitempera, collage op karton, ±25×35 cm, 1986

Als een oeroud eiland

Ik verwonder me over het nauwelijks verstoorde karakter van het kleine plateau met zijn hangveentjes. Het ligt als een oeroud eiland, een kostbaar relict, ongeschonden temidden van een industrieel landschap, waarin bijna elke meter op de schop is geweest voor bruinkool-, steenkool-, zand- en grindwinning. Aan de zuidwestkant loopt de autoweg N299, aan de noordoostkant de Rimburgerweg; de twee andere zijden worden begrensd door een golfbaan, een diepe zandgroeve, en verderop door de voormalige alsook de huidige regionale stortplaats.

Eerste heuvelkop met Witte plek

Witte-plek

Ik stuit meteen al op een ontvangstcomité in de vorm van een groep eiken. Een gevoel van verbinding maakt dat ik er langer blijf en de vormen van de eiken langzaam in me opneem. (Als ik in december met Lidy nogmaals de Brandenberg bezoek constateren we dat dit een plek van elementenwezens is.) Daarna loop ik Langzaam omhoog naar de eerste heuvelkop die een wijds gevoel van open ruimte oproept, niet alleen door het vrije uitzicht naar het westen over de lager gelegen golfbaan en een deel van de verre skyline van Brunssum, maar ook door de levens-energetische kwaliteit van deze Witte-plek.

Ik ben blij als een kind wanneer ik een steen met gat vind, die ook wel ‘hag stone’ of ‘Hühnergott’ genoemd worden

Zittend tegen een eik op de heuvelkop hoor ik hoe het geruis van de wind in de eikenbladeren zich vermengt met het geraas van de aangrenzende autowegen. Deze plek trekt mijn aandacht naar beneden en naar binnen, een Zwarte-plek. Daarna loop ik naar de zes eiken die verspreid staan boven aan de helling. Bij de eerste vind een vuursteen met een rond gat. Het vinden van zo’n steen ervaar ik steeds als een geschenk van de plek. Hier is de Rode-plek die samen met de Witte en Zwarte-plek een kleine driehoek op deze heuvelkop vormt.

Eik op Michaël-plek

Als ik weer verder over de heide loop vallen me twee alleenstaande eiken op. Bij de eerste vermoed ik een Solar-plek (S). De tweede eik staat midden op een andere heuvelkop (2). Ik loop een paar maal om de stam heen en laat me omarmen door zijn lage takken. Waar de stam zich vertakt bevindt zich een kom waar ik in kan zitten. Ik voel me opgenomen in de zachte maar krachtige stroom van een nieuwe Michaël-plek. Aan zijn voet vind ik tussen de witte kiezels een klein polijst-steentje met twee licht gebogen slijpvlakken.

Eik op Zwarte-plek bij heuvelkop 3

Zwarte-plek

Op de derde en hoogste naar het westen uitstekende heuvelkop valt meteen een gedrongen eik op met veel borstelige takjes. Hier is de Zwarte-plek. Het is opvallend hoe de Witte (1), de Zwarte (3) en de Michael-plek (4) corresponderen met drie heuvelkoppen. Terwijl ik over het plateau en de heuvelkoppen dwaal ben ik alleen op de Brandenberg. Ik loop huiswaarts via de Teverener Heide en het oude Teufelsbusch. In de schemering verbaas ik me over de grillig gevormde eiken in dit oude, ook al door groeves omsingelde bos. Die nacht voel ik nog urenlang de warmte en de wonderlijke vibraties van de Michaël-plek.

Ik verwerkte een vuurstenen bijl, Michelsberg-cultuur 4400 – 3500 v. Chr, gevonden op de Brandenberg, in een schilderij

16 december 2017: Het is een gure, winderige zaterdag als mijn partner en ik de Brandenberg betreden om een totaalbeeld van de sacraal-geometrische taal van dit gebied te krijgen. Opnieuw is er dat wonderlijke gevoel op het moment dat we de Brandenberg betreden, alsof je een andere ruimte betreedt, stiller en tijdlozer dan de omgeving. Als we het pad aan de oostkant van de Brandenberg volgen valt onze blik tegelijkertijd op een platte, trapeziumvormige steen (1). Als ik hem opraap en omdraai verwonder ik me over het volkomen egale, gladde oppervlak van een zijde. Misschien is hij gebruikt om leem glad te wrijven?

Den op Zwarte Maria-plek

Plek van verbinding

We volgen het pad in zuidelijke richting tot een bomenrij die, parallel aan de hoogspanningskabels, het ‘sacrale’ gebied begrenzen. Aan het einde van deze rij staat een groep bomen die mijn aandacht trekt. De wichelroede wijst daar een Rode-plek aan, en vervolgens een den met sterk gebogen takken op een Zwarte-Maria-plek. Enkele tientallen meters verderop staat de markante eik in wiens lage kroon ik in oktober zat. Lidy ziet daar bewegend, stralende oranje van waaruit alle mannelijke en vrouwelijke frequenties van de uiteenlopende krachtplekken op de Brandenberg met elkaar versmelten — de Plek van verbinding die in deze tijd alle polariteiten met elkaar verzoent. Tot slot vinden we nog de Kosmische moeder-plek (5).

Plattegrond Brandenberg-driehoek; de kruisjes geven de vindplaats van de stenen aan. Het is opvallend dat alle levens-energetische hoofdplekken corresponderen met een heuvelkop

Thuis gekomen verbindt ik de drie hoekpunten van de Witte, Rode en Zwarte-plek op een gedetailleerde topografische kaart. Maar ik vind pas een gelijkzijdige driehoek als ik de Kosmische moeder-plek (5) verbind met de Witte-plek (1) en de Plek van Verbinding (4). Elke keer opnieuw ervaar ik de heldere schoonheid van deze levensbloem-geometrie als een geschenk dat mijn relatie met het universele landschap, via het plaatselijke landschap, verdiept.

Droom van een steenzoeker; detail ‘Zelfportret met steen en boek’, eitempera op paneel, 1984

Werkplaats

7 Juni 2018: Op een broeiend warme dag rijdt ik met een vriend naar de golfbaan en vandaar lopen we over de Brandenberg. Geen mens te zien hier. Ook hij is verbaasd over de serene rust die de Brandenberg in deze drukke omgeving uitstraalt. Langs het pad aan de westkant valt me nu een lange greppel op, die bovenaan de helling bij een bergje ophoudt. Naast het bergje is een plek met veel stenen. Al gauw valt mijn oog op een merkwaardig donkergrijs gepatineerde steen met een cirkelvormige, enigszins uitgeholde onderkant. Vervolgens vind ik nog drie stenen (3), misschien gebruikt voor het fijnwrijven van kruiden? Was hier ooit een werkplaats van iemand, die in het bergje is begraven, samen met haar stenen gereedschap?

Die avond en nacht hoor ik de indringend diepe toon van de Brandenberg nog zingen in mijn linkeroor, terwijl ik me afvraag waarom mijn blik toch steeds op wrijf- en polijststenen valt?

De veronderstelde stenen werktuigen die ik op de Brandenberg vond

23 Oktober 2019: Het is een zachte herfstdag als ik weer eens via het Schinveldse Bos en de Teverener Heide naar de Brandenberg wandel. Het is alweer twee jaren geleden dat ik de eerste wandelingen maakte die ik daarna zou samenvatten onder de noemer ‘Kristalbos’. Het lopen gaat iets minder soepel. Deze keer loop ik rechtstreeks naar de alleenstaande eik op de nieuwe Michael-plek.

Eik op nieuwe Michael-plek, Brandenberg; tempera op mdf, 40×50 cm, oktober 2018

Ik zit deze keer langer in de door de laag vertakte stam gevormde zetel. Het ruisen en razen in de verte rondom, verdwijnt al gauw naar de achtergrond als er voor mijn gesloten ogen een zacht groen veld (lichtgroen met roze) verschijnt, een dieproze duister daaronder, en heel even, een ronde paarse band daar tussenin. Hoe zou het zijn om het als mens net als een boom met één plek te moeten doen? Ik realiseer me dat mijn actieradius ondanks mijn lopen en reizen in wezen niet groter is dan de reikwijdte van mijn geest, en van de verbinding met al het leven dat mij omringt. Daarna geniet ik van de golfbaan en van de koffie in het restaurant, iedereen zegt me vriendelijk goeiedag.

steenoogst van een steenzoeker: slijp-, wrijf-, polijst- en klopstenen gevonden in de grensstreek rondom mijn woonplaats Schinveld

Een column, samengesteld uit dit dagboekfragment is gepubliceerd in het blad Vruchtbare Aarde, editie 3, herfst 2020.