Kistalbos — Leiffenderven 3

Geplaatst op

De dagboek-items met als titel ‘Kristalbos’ vormen een geheel en zijn onderdeel van een nieuw project. Sinds eind 2017 heb ik mijn onderzoek naar natuur en levensenergie uitgebreid van het Schinveldse Bos, dat me vele jaren inspireerde, naar zes andere bossen in een straal van ±10 km rond mijn woonplek in Schinveld. Het Kristalbos-project omvat teksten, foto’s, plattegronden en schilderijen. In Kristalbos — Inleiding kan men algemene informatie vinden over dit project.

De circulaire tijd

9 November 2018: Dat tijd een circulaire dynamiek heeft wordt me opnieuw duidelijk. Na veertig jaar lijk ik weer op hetzelfde punt aanbeland in de circulaire tijd als in 1979 en 1980 toen ik voor het eerst de leegte van de Friese winterlandschappen onderging. Vandaag loop ik door het Leiffenderven en zie hoe de nevel de ruimte om me heen leger maakt. En ik voel hoe mijn binnenruimte niet nog voller, maar lichter wil zijn, en mijn schilderijen leger en stiller, net als toen.

Rond 1980 schilderde ik het Friese winterlandschap met een minimum aan figuratie en kleur. Ik leerde te schilderen met fijne kleurstreepjes als myriaden lichtdeeltjes - de ruimte als leegte. Twintig jaar later schilder ik daarentegen de volheid van het landschap, de vorm- en kleurenrijkdom van het bos en van krachtplaatsen — tevens mijn eigen volheid, de ‘rode plek’ in mezelf.

Een van mijn favoriete plekken in het Leiffenderven in nevel gehuld

Ruimte synoniem aan bevrijding

22 januari 2019: In de schemerige namiddag loop ik door de nog maagdelijke sneeuw opnieuw naar het bergje bij de samenvloeiing. Het vergrijsde winterlandschap vervaagt in fijne sneeuwval. Het roept herinneringen op aan enkele bijzondere wandelingen die ik tijdens de winter destijds in Friesland maakte. Het begrip ‘ruimte’ werd toen voor mij synoniem aan bevrijding, adem, onbegrensdheid.

In de verte het bergje bij de samenvloeiing bedekt met sneeuw, links het nog jonge elzen-wilgenbos
Grens; eitempera op linnen, 50⨯40 cm, 1979

Januari 1979: “Vanuit mijn huis loop ik de maagdelijk witte ruimte in. Nevel en sneeuw hebben alle begrenzingen weggewist — huizen, sloten, weggetjes, de horizon, en ook een deel van mezelf — de begrenzing van mijn aanwezigheid. Binnen- en buitenruimte lijken te versmelten. Het maakt de ruimte rond, intiem en tegelijkertijd onbegrensd. Nevel en sneeuw glanzen stil in opaalwit licht, als een ‘whiteout’. Ik loop weer terug tot het lichtje van ons huis weer opdoemt als een baken in de onbestemde nevelruimte, en ga weer het knusse huis binnen waar mijn twee zoontjes spelen.”

Vanuit mijn huis loop ik de serene, witte ruimte in
Nevel over het Friese winterlandschap, 1980. Zie ook https://vanwunnik.com/werk/serie/ijsplas

Eindelijk kom ik uit het bos

31 Januari 2019: Vandaag ben ik dan eindelijk uit het bos gekomen! Ik bedoel hiermee dat er weer meer ruimte komt tussen mij en de inspiratie die ik in het bos vond; mijn verbinding met het bos wordt minder dwingend. De wandeling die ik vandaag maak lijkt dit besef te versterken: de uitgestrekte velden tussen Hillensberg en Jabeek zijn bedekt met een dun laagje poedersneeuw, net genoeg voor de verdorde stengels en groene sprietjes om het wijdse perspectief ritmisch te accentueren.

Besneeuwde velden tussen Hillensberg en Jabeek

Ontkenning van de verbinding

15 Maart 2019: Gedurende twee maanden beoefen ik het niet-schilderen, en geef ik zoveel mogelijk toe aan de moeheid die de jarenlange zoektocht naar verbinding in me achterliet. Ik probeer niet teveel te willen en voel hoe mijn innerlijk landschap stilaan leger wordt. Ineens is daar het inzicht: het lege gat van de ontkenning — ooit begon ik mijn zoektocht met de ontkenning van mijn verbinding met de natuur. Vervolgens was er het verlangen naar de bevestiging. Tevergeefs, omdat de ontkenning eronder verborgen lag.

In 1993 liet ik ook al eens alle overbodige figuratie weg in een bijna-wit schilderij; larixnaalden in de sneeuw; eitempera op paneel, 50⨯50 cm, december 1993
Witte ruime 1; 40⨯50 cm, caseïne-tempera en olieverf op mdf, april 2019

(figure
JvW-Art-190724-091728.jpg
caption: Witte ruimte 2; 40x50 cm, acrylverf op paneel, juli 2019)

Ik vergat het plastic afval

9 April 2019: In mijn inleiding van het Kristalbos-dagboek schreef ik dat “de plekken als eilanden van verbinding liggen temidden van zand-, grind- en kleigroeves, tussen golfbanen en autobanen, of worden bedreigd door bomenkap”. Ik vergat toen het plastic afval te vermelden en de microdeeltjes die alle levensvormen doordringen.

Het is me al eerder opgevallen dat het wilgenbos voorbij de brug over de Roode Beek in het Leiffenderven bezaaid lag met plastic. Maar toen ik er de vorige week wilde gaan opruimen schrok ik van de enorme hoeveelheid plastic flessen, plastic verpakkingen, blikjes en verbrokkelde stukjes piepschuim die over de hele breedte van de beekbedding in de modder tussen de jonge wilgen en elzen verspreid ligt. Ik had al een begin gemaakt met opruimen, maar zag er tegenop om dit alleen te doen. Vandaag heb ik hulp gevraagd van een kennis. Na enkele middagen waden door de modder hebben we zeventien zakken met plastic afval verzameld en sein ik Natuur Monumenten in dat ze de zakken kunnen ophalen.

Plastic afval verzameld bij de Roode Beek

Landschapspijn

Ik kende al het begrip ‘schuldig landschap’ — beeldend kunstenaar Armando gebruikte het voor landschappen waarin herinneringen aan oorlogsmisdaden zijn uitgewist — en onlangs voegde zich daarbij de term ‘landschapspijn’, uit het gelijknamige boek van Jantien de Boer over de oorzaken van de doodse stilte op het Friese platteland. In deze dagen ervaar ik de landschapspijn aan de rand van mijn eigen dorp Schinveld. Schoksgewijs worden we ons bewust van de pijn die we met ons bewustzijn en levenswijze de totaliteit van alle ecologische systemen van onze aarde aandoen door het consequent ontkennen van de eenheid van mens en natuur.

Na deze dagen van landschapspijn focus ik weer op het schilderen van het helend landschap…

Er groeit een nieuw wilgenbos bij de samenvloeiing Roode Beek-Rodebach; mei 2017
Een wilg krachtiger en hoger dan alle andere wilgen als centraal punt in het jonge wilgenbos